Dialect Bruinisse

Bruus: dialect Bruinisse

Veel jongeren in Bruinisse spreken nog het Bruse dialect. Het is standvastiger dan andere dialecten in Zeeland. Het Bruse taaltje is nét een beetje anders. Misschien is het wel het meest Zeeuws gebleven.

In dit artikel vertel ik je wat meer over de herkomst van het dialect in Bruinisse. (En laat ik voorop stellen: ik ben geen taaldeskundige, dus hang me er niet aan op!). Ik vermaak je met heerlijke Bruse uitspraken én ik leg je uit waarom het dialect niet mocht ontbreken in Meerminnen verdrinken niet.

Herkomst van het Bruse dialect
Bruus: veel Vlaamse invloeden
Dialect in Bruinisse nog volop in leven
Bruse uitspraken en woorden
Dialect in Meerminnen verdrinken niet


Herkomst van het Bruse dialect

Ik ben opgegroeid en opgevoed met het Bruse dialect en heb op de middelbare school heel wat te stellen gehad met het ‘echte Nederlands’. Vooral met de ‘harde g’ (die heb ik geleerd als ‘zwakke g’ en spreek ik dus automatisch uit als een ‘h’). En natuurlijk had ik moeite met de ‘h’. Die slikken Bruënaars gewoon in. Even een paar voorbeelden:

  • We gaan niet naar huis, maar naar ‘uus’.
  • We zijn niet doof, maar ‘ore’ nog prima.
  • En als iemand doodgaat, dan gaat die persoon hopelijk naar d’n ‘emel’.

Als ik in Vlaanderen kom verval ik vaak in ‘half Vlaams’. Dat gaat vanzelf, ik kan er niks aan doen. Mijn vader zegt altijd, dat het Bruus geen Zeeuws dialect is maar een Vlaams. Ik ben er eens ingedoken, want ik wilde wel eens weten hoe het nou écht zit. Ik versta die Belgen dan wel beter dan de meeste Nederlanders dat doen, maar is mijn dialect echt Vlaams? – In zekere zin, ergens in de verte, wel, ontdekte ik.


Vlaamse friet en Bruse mosselen: een gouden combi

Bruus: veel Vlaamse invloeden

In de Middeleeuwen was Vlaanderen het leidende gewest in de Nederlanden. Er traden toen heel wat taalveranderingen op, en voornamelijk in Zeeland. In de late Middeleeuwen voerde Brabant klankveranderingen door in Holland, maar de Zeeuwen lieten zich nauwelijks beïnvloeden. Sinds die tijd werden de klanken ii en uu in toenemende mate met het Zeeuws geassocieerd. Hoewel Holland in de Gouden Eeuw het overheersende gewest werd, bleef Zeeland hier grotendeels van gevrijwaard. Het Zeeuwse dialect raakte zelfs steeds verder van de Nederlandse standaardtaal verwijderd. Pas met de invoering van de Leerplichtwet in 1900 keerde het tij.


Republiek Bru

Dialect in Bruinisse nog volop in leven

Maar het tij keerde niet in Bruinisse. Bru lag op een eiland, en daar waren de inwoners trots op. Het eigen karakter van het dorp én hun taal: dat moest bewaard blijven en mocht iedereen horen. De mosselvissers (veruit het grootste deel van de bevolking) voeren rond 1900 nog volop – tot 1913 nog op de zeilen – op Vlaanderen. Ze deden Antwerpen, Mechelen, Luik en Brussel aan. Ze brachten er veel tijd door en brachten steeds een beetje van dat taaltje mee.

Misschien wel om deze redenen is het Bruus (net als bijvoorbeeld het dialect in Yerseke) een opvallend op zichzelf staand dialect gebleven. En misschien wel daarom is het dialect in Bruinisse, anders dan in de rest van Zeeland, minder naar andere dialecten toegegroeid. Het Bruus kent nog typische uitspraken en woorden, die een dorp verder amper worden verstaan.

Zeeuwse dialecten verdwijnen niet. Zeeuws is hip. Toch is het vooral de oudere bevolking, die de dialecten nog beheerst. In Bruinisse is dat toch anders. Daar spreekt ook de jeugd het dialect nog (volgens een bekende online encyclopedie zelfs meer dan 90%).

Wil je meer weten over Zeeuwse dialecten en in het bijzonder het dialect op Schouwen Duiveland? Lees dan zeker het weblog van Robert Lee eens.


Bruse uitspraken en woorden

Ik voegde een leutig overzicht met Bruse uitspraken en woorden toe. Die zijn puur ‘ter leering en vermaeck’ (en als je geen Zeeuw bent, waag je dan eens aan de uutspraeck ;)).

Hosternokke / Hosterkleage / HosterlieveNiet per se Bruus, maar wel zeer populair ‘op’ Bru: een Zeeuws woord dat een verbastering is van een zeer bekend vloekwoord. Uit respect voor het geloof is dat vloekwoord in de loop der jaren verbasterd tot ‘Hosternokke’, ‘Hosterkleage’ en ‘Hosterlievuh’. Het verschijnsel dat mensen een mildere vorm kiezen dan een echt vloekwoord, hoort typisch bij het Zeeuwse DNA. Bron: omroepzeeland.nl.
BezwuumdDraaierig, duizelig
Appa / OpoeOpa / Oma
Merci / BesjoerDankjewel / Doei
RetoeterFluitekruid
Goeie butterGoeie boter (roomboter)
Onnesje speleValsspelen
BodekotjeDe politiecel
GoggeGrote mantelmeeuw
SeutereSudderen (bij mosselen) of pruttelen (bij vlees). (Bekijk zeker het recept voor geseuterde mosselen eens 😉 )
DulveSloot
WærempelHet is waar! (verbaasde uitroep)
Omme in vrommeHeen en weer
Ik kom nie van LilloIk ben niet gek
Ris na ruusMeteen naar huis
’t is mæ næ wie’t zeit / oe a je’t zeitHet is maar net wie het zegt / hoe je het zegt
Aje joekte eit moje krauwe, in at zeer doet op auwe, in at gæ bloeie un pleister op dauweAls je jeuk hebt moet je krabben, en als het pijn doet ophouden, en als het gaat bloeden moet je er een pleister op plakken.
Aoj ’t ouwe aj’d oat oa?Zou je het houden als je het had gehad?
Læt je niet kiste voodaje uut d’n tied binLaat je toch niet kisten voordat je de tijd uit bent (dood bent).
Die ei ‘n ær in zun neuzeDie heeft het hoog in zijn / haar bol
NeusdoekZakdoek
Wat bin jie noe an ‘t vuulderen!Wat ben jij nu toch aan het knoeien!
Zo hek as un juunZo gek als een ui (deur)
Ie kan euge van voo z’n heboorteDie verzint alles aan elkaar (die kan heugen / zich dingen herinneren van vóór zijn geboorte)
Ai mæ leut eitAls je maar plezier hebt
Zo zwart as OosjeZo zwart als de duivel
‘k Wah, ‘k zah mun sisje us an hædoe‘k zeg, ‘k zal mijn colbertje maar eens aan gaan doen
Die doe oak mæ un jotjeDie doet ook maar wat
Zo groas as een puuteZo trots als een pauw
Die’s riepe vô zun / der kotjeDie is doodmoe en echt aan zijn / haar bedje toe
Vreat leutugHeel erg leuk
Doe nie zo bevroozeDoe niet zo verlegen
Mok ze nog knispe?Moet ik de mossels nog schoonmaken?
Me gae op merôte, dus je mot je neige opréaWe gaan uit, dus je moet jezelf nog omkleden (en opmaken)
Je ’n ear uurréaJe haar kammen
Hooit ut ma in Ziepe!Gooi het maar in het Zijpe! (het is waardeloos)
Bin jie deu un uul uutebroeid?Ben je niet zo bijster? (Ben je door een uil uitgebroed)
Dae kom katjespil vanDaar komt gedonder / vechten van (daar komt katjesspel van)
Zò hær as butter!Doodmoe / zo gaar als boter

En?
Hoe ging de uitspraak?
Kon je er wat van maken?
Ben jij Zeeuws (of juist niet) en zag je uitspraken of woorden die op jouw eigen dialect lijken?
Waar kom jij vandaan?
Ben je Vlaams en zag je uitspraken die ‘verdacht’ Vlaams waren?

Laat het weten in een reactie hieronder!


‘Een flienke bolus’. Daarmee kan een Bruënaar weleens iets anders dan het welbekende koffiebroodje bedoelen…

Dialect in Meerminnen verdrinken niet

Ach, wie hoef ik na dit stuk nog te overtuigen van de noodzaak van het Bruse dialect in het verhaal Meerminnen verdrinken niet? Het verhaal speelt zich af in 1911 en in Bruinisse, en mosselvissers spelen de hoofdrol… Ik kom nie van Lillo!
Maar laat het Bruse dialect je niet afschrikken 🙂 Mijn proeflezers hebben de hoeveelheid dialect in het verhaal sterk gereduceerd. Op die manier blijft het verhaal leuk en leesbaar voor iedereen!

Je kunt het boek meteen bestellen via de shop.


Over Saskia Maaskant

Ik groeide op in mosselvissersdorp Bruinisse en woonde daar tot mijn 27ste. Ik lust mosselen gekookt, gebakken, gegratineerd en in het zuur. Mijn tweede roman Kieuw (2013) kreeg een eervolle vermelding voor de Gouden Lijst en kreeg de Accolade voor het beste Zeeuwse Jeugdboek. Mijn derde roman Dromer (2016) won de Kleine Cervantes 2018. Tegen de zomer van 2020 verschijnt mijn eerste historische roman Meerminnen verdrinken niet. Over een stormramp, een mosselvissersdorp en een meisje.