De stormramp van 1911: een financiële ramp

De stormramp van 1911 is een vergeten ramp. Was deze storm dan niet heftig? Was ze eigenlijk geen ‘ramp’? Sterker nog, tot vóór de watersnoodramp van 1953 werd de stormramp van 1911 ‘de ramp’ genoemd in Zeeland. Ze was een catastrofe voor met name de inwoners van Zeeuws mosseldorp Bruinisse. Tweehonderdzeventig gezinnen in het dorp kwamen zonder inkomsten te zitten.

‘De ramp’: de stormramp van 1911
Eindelijk een goed mosseljaar
De stormramp: een financiële ramp
Iedereen leefde van de mosselen
De Bruse vloot wordt nooit meer zo groot
‘Meerminnen verdrinken niet’ moest er komen


‘De ramp’: de stormramp van 1911

270 gezinnen zonder inkomsten? Hoe kwam dat? In 1911 was de mosselvissersvloot van Bruinisse de grootste van Nederland met 150 schepen. Dit waren voornamelijk hoogaarzen en lemmerhengsten: houten platbodemschepen. Tijdens de stormnacht sloeg de hevige noordwester de havendam (de Langendam) weg. Ze had het voorzien op de mosselvissersvloot. Ze joeg het water op tot ongekende hoogte. De golven en de wind waren onvermurwbaar: er bleef niet veel van over van de Bruse vloot. Nagenoeg alle schepen raakten op drift. De dag erna lagen er maar twintig schepen meer in de haven. En geen schip was verzekerd…

Stormramp 1911
Mosselschepen gestrand in de zeedijk bij de Stoofpolder Bruinisse,
Beeldbank Schouwen-Duiveland, nr V-0010

Eindelijk een goed mosseljaar

Jaar na jaar was het de mosselvissers slecht gegaan, nog twee jaar daarvoor had de mosselziekte onder de mosselen gewoed en hadden ze amper wat opgebracht. 1911 leek eindelijk beterschap te brengen voor Bruinisse. De mosselen zaten vol heerlijk vlees, de balen en de tonnen brachten goed geld op. De mosselen waren niet aan te slepen naar Antwerpen, Mechelen en Brussel. De vissers voeren ook veel op Rotterdam. Er gingen zelfs balen vol Bruse mosselen mee met een stoomschip, ‘De Batavier’, naar Engeland.

De BRU12 in een dok in Antwerpen, Beeldbank Schouwen-Duiveland, nr B-2022

De stormramp: een financiële ramp

Maar na de stormramp was het allemaal voorbij. Er was geen schip verzekerd. Waarom niet?

Een houten schip verzekeren – daar begon een verzekeringsmaatschappij niet aan. Dat was een veel te groot risico. Dus maakten ze de verzekeringen zo duur, dat geen visserman zich een verzekering kon veroorloven. De enige zekerheid die de vissers tijdens de stormnacht hadden waren ankers, kettingen en touwen. Maar die verzekering bleek onvoldoende. Van de honderddertig schepen die tijdens de stormramp nacht op drift raakten, werden er onnoemelijk veel onherstelbaar beschadigd. Een aantal werd zelfs nooit meer teruggevonden. Het was een financiële ramp voor Bruinisse, want lang niet alle mosselvissers konden – ondanks de vele giften en opgerichte steunfondsen – hun schip laten repareren. Er was gewoon niet genoeg geld.

Stormramp 1911
Schepen raakten onherstelbaar beschadigd tijdens de Stormramp van 1911,
Beeldbank Schouwen-Duiveland, nr B-0358

Iedereen leefde van de mosselen

Praktisch heel Bruinisse leefde van de mosselen in 1911. Was je geen mosselvisser, dan was je een mosselknecht. En was je geen knecht, dan was je wel het kind van een mosselvisser. Of de vrouw van een mosselman. Of het kind of de vrouw van een mosselknecht. Of je had een winkel, waar de mosselvissers en zijn knechts hun spullen kochten. Vóór de Stormramp had Bruinisse 2800 inwoners. Ná de storm vertrokken er heel veel mensen in alle windstreken, om hun heil elders te beproeven. Het duurde tot de jaren zeventig van de vorige eeuw tot het inwonerpeil weer terug was op 2800.

‘Gaat het de kaai goed, dan gaat het iedereen goed.’
In 1911 leefde nagenoeg heel Bruinisse van de mosselen.
Beeldbank Schouwen-Duiveland, nr X-0110W

De Bruse vloot wordt nooit meer zo groot

Hoewel Bruinisse weleens ‘het summum van’ of ‘drie keer’ Luctor et Emergo (Zeeuwse strijdkreet ‘Ik worstel en kom boven’) wordt genoemd, kwam de vloot de stormramp eigenlijk nooit meer te boven. Nooit meer lagen er 150 schepen in de haven. Extra wrang: de Bruse vloot dunt ook vandaag de dag steeds verder uit. Bruse schepen worden bij de vleet verkocht aan andere mosselplaatsen als Yerseke en Zierikzee.

Bruinisse, haven, Visserijdagen 2019, Beeldbank Schouwen-Duiveland, nr X-5609

‘Meerminnen verdrinken niet’ moest er komen

Meerminnen verdrinken niet

Meteen toen ik begon met mijn boek over de stormramp, Meerminnen verdrinken niet, besefte ik dat het boek een belangrijke historische waarde zou hebben. Ik vind het broodnodig dat heel Nederland en Vlaanderen, maar vooral Bruinisse zelf, worden herinnerd aan een tijd waarin dit dorp het grootste mosseldorp van Nederland was. En natuurlijk aan de vergeten Stormramp van 1911, die tot voor de ramp van 1953 bekend stond als ‘De ramp’.


Met medewerking van oud-gemeentearchivaris Huib Uil

Over Saskia Maaskant

Ik groeide op in mosselvissersdorp Bruinisse en woonde daar tot mijn 27ste. Ik lust mosselen gekookt, gebakken, gegratineerd en in het zuur. Mijn tweede roman Kieuw (2013) kreeg een eervolle vermelding voor de Gouden Lijst en kreeg de Accolade voor het beste Zeeuwse Jeugdboek. Mijn derde roman Dromer (2016) won de Kleine Cervantes 2018. Tegen de zomer van 2020 verschijnt mijn eerste historische roman Meerminnen verdrinken niet. Over een stormramp, een mosselvissersdorp en een meisje.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

tien − negen =