Huib Uil

Oud-gemeentearchivaris Huib Uil: een zee van informatie voor ‘Meerminnen verdrinken niet’

Via Lennard Maas, de maker van het blog zaligzeeland.com, kwam ik in contact met Huib Uil. Hij bleek goud te zijn voor mijn boek ‘Meerminnen verdrinken niet’. Hij hielp me aan een zee van informatie én was een van mijn kritische proeflezers.

Maar wie is Huib Uil eigenlijk? En wat heeft hij ‘met’ de Stormramp van 1911? Je leest het in het interview hieronder.


Interview Huib Uil

Voor de niet-Zeeuw (want in Zeeland ben je een begrip), de jongere en de cultuurbarbaar: wie is Huib Uil?

‘Tot 2018 was ik gemeentearchivaris. In verband met mijn komende pension ben ik nu stadshistoricus. Ik neem in april afscheid, maar ik blijf de leuke dingen – zoals hulp bieden bij dit boek – echt nog wel doen. Dat kan ik niet laten.’

Stormramp 1911
Vaartuigen in dijk bij Stoofpolder en oesterputten, Beeldbank Schouwen-Duiveland, nr B-0358

De Stormramp van 1911 is nog niet eens zo heel lang geleden en had een rampzalig gevolg voor vele mosseldorpen en in het bijzonder Bruinisse. Maar als ik mensen vertel over het onderwerp van mijn boek ‘Meerminnen verdrinken niet’ lijkt het een vergeten storm. Hoe kan dat?

‘Dat komt door de tijd. Het is lang geleden, we zijn generaties verder. En de gebeurtenis is overschaduwd door de Tweede Wereldoorlog en de Watersnoodramp van 1953. Bovendien was bij de Stormramp, hoe verschrikkelijk ook, het aantal slachtoffers beperkt.’


De ramp is vergeten


Ik heb lange tijd een dossier over de Stormramp van je in bruikleen gehad. Je hebt hier uitgebreid onderzoek naar gedaan en wilde hierover publiceren. Waarom intrigeert deze ramp je zo?

‘De ramp is vergeten. Toen ik in 1979 op Schouwen-Duiveland ging werken, kwam ik in het archief van de gemeente Bruinisse het archiefje tegen van het comité dat werd opgericht om geld in te zamelen na de Stormramp. En dan lees je de notulen van dat comité en denk je: Het is toch wel heel bijzonder wat daar is gebeurd.’


Waarom heb je er tot op heden toch (nog) niet over gepubliceerd?

‘Door een samenloop van omstandigheden. Ik kwam er niet aan toe. Er kwam telkens weer wat nieuws op mijn pad. Ik heb een tijd gedacht: 2011, dát wordt het jaar dat ik over de Stormramp ga publiceren. Maar ja… misschien als ik met pensioen ben?’


Er zijn zulke mooie zinnen in verstopt. Laat ik ze gouddruppeltjes noemen. En die gouddruppeltjes komen dan ineens, spontaan, tussen de regels door.


Ik nam in de nazomer van 2018 contact met je op. Ik stuurde je een mailtje, stelde me voor en vertelde dat ik een boek over Bruinisse en de Stormramp wilde gaan schrijven. Weet je nog wat je eerste gedachte was toen je dat mailtje las?

‘Hé, leuk! Nu is er eindelijk iemand die er in geïnteresseerd is! Ik ga mijn dossier over de Stormramp ter beschikking stellen en Saskia doet er maar mee wat ze nuttig en goed vindt voor haar verhaal.’

En dan biecht Huib een voor mij heel herkenbaar iets op:

‘Weet je, zo’n onderzoek, zo’n dossier, wordt toch wel een beetje een kindje van je. Net als een boek. Dat wil je het liefst bij je houden.’

Maar toch gaf je het dossier aan mij in bruikleen.

‘Je ging er een spannend verhaal over schrijven. En die Stormramp is een verhaal dat de wijde wereld in moet.’


Je was een van mijn proeflezers. Wat vond je van ‘Meerminnen verdrinken niet’?

‘Ik vond het een voorrecht een proeflezer te mogen zijn en vooral heel leuk om mee te mogen lezen. Het is een goed geschreven verhaal. Wat ik opvallend vind aan jouw schrijfstijl: er zijn zulke mooie zinnen in verstopt. Laat ik ze gouddruppeltjes noemen. En die gouddruppeltjes komen dan ineens, spontaan, tussen de regels door. Dat is heel verrassend.’


Het is herkenbaar voor iedereen, niet alleen voor kinderen, juist ook voor volwassenen.


Het boek wordt als jeugdboek uitgegeven. Zal het ook worden gesmaakt door volwassenen?

‘Zeer zeker. Het is herkenbaar voor iedereen, niet alleen voor kinderen, juist ook voor volwassenen. Want door jouw verhaal ontstaan er beelden op je netvlies. Je schrijft heel visueel. Ja, denk je als je het leest: zó was het leven in 1911. Zó waren de familieverhoudingen. Zo hebben die dorpelingen met elkaar geleefd.’


Ik vraag Huib of ik een foto van hem mag nemen met zijn dossier van de Stormramp in de hand. We zoeken naar een witte muur, maar dan valt mijn oog op een prent van Bruinisse. Het is een praatbankje, de foto dateert uit 1930.
‘Wat een mooi beeld,’ zeg ik.
‘Beter dan een witte muur,’ zegt Huib. Hij houdt zijn dossier stevig vast.

Als ik hem de hand schud, hoop ik dat hij de Stormramp niet loslaat. Eén spannend verhaal is niet genoeg. Dit verhaal moet in leven worden gehouden, óók voor de volgende generaties.

About Saskia Maaskant

Ik groeide op in mosselvissersdorp Bruinisse en woonde daar tot mijn 27ste. Ik lust mosselen gekookt, gebakken, gegratineerd en in het zuur. Mijn tweede roman Kieuw (2013) kreeg een eervolle vermelding voor de Gouden Lijst en kreeg de Accolade voor het beste Zeeuwse Jeugdboek. Mijn derde roman Dromer (2016) won de Kleine Cervantes 2018. Tegen de zomer van 2020 verschijnt mijn eerste historische roman Meerminnen verdrinken niet. Over een stormramp, een mosselvissersdorp en een meisje.