Interview Diana van der Have

Thuis in Canada: interview met oud- klasgenote en Bruënaar Diana van der Have

Ze woont helemaal in Canada en heeft een plekje voor Meerminnen verdrinken niet gereserveerd in haar boekenkast. Ik volg haar sinds de geboorte van mijn oudste dochter Floor (net 11) al jaren trouw op Facebook. Want het leven van mijn oud-klasgenote en oud-Bruënaar Diana van der Voordt (van der Have) intrigeert me.

Ze wisselde Bru in voor Canada. Ze wisselde de dijken, de polder, het water en de mosselen in voor de bushbush, beren in de achtertuin en zelf geteelde groente. En ze woont inmiddels al ruim 15 jaar in het op Rusland na grootste land ter wereld.

Haar man is een oude bekende van me

Diana is getrouwd met Remco, ook een oude bekende van me. Remco en ik werkten ooit bij ‘Sailor’s Inn’ (bij de oude jachthaven, nog in de passage die er nu niet meer is). Hij stond patat te bakken in de snackbar, ik maakte emmers vol uien schoon in de keuken van het restaurant. Ook hem volg ik op de voet, zijn foto’s vanuit zijn ‘truck’ zijn ‘awesome’.


Diana leest voor op op school.

Interview met Diana van der Voordt (van der Have)

Diana en ik spreken 14 september af via Messenger, via de videochat. Voor mij om 20.45 u, voor Diana is het dan 15.45 u. De homeschooling dag van haar jongens is dan al voorbij.

Als we verbinding krijgen en elkaar voor het eerst in héél veel jaar weer zien, schieten we allebei in de lach. We lachen even samen.
Awkward.
Maar toch ook helemaal niet.
Ik steek maar van wal en stel mijn eerste vraag.

In drie woorden: wie is Diana?

Diana kijkt me aan, er verschijnt een diepe denkrimpel in haar gezicht.
‘Moeilijk, hè?’ zeg ik. ‘Dit vraag ik leerlingen tijdens mijn lezingen ook weleens. Het is niet te doen.’ (Het is een vraag uit de ‘test’ waaraan de 16-jarigen uit mijn roman ‘Dromer’ worden onderworpen).

‘Geduldig,’ zegt Diana dan. ‘En… – moeten het écht drie woorden zijn of mag er ook een uitdrukking bij?’

Ik knik.

‘Hart van goud.’
En dan schiet ze in de lach. ‘Koppig.’

‘Wacht, hoor,’ zegt ze. ‘Even de deur dichtdoen. Ze (ze refereert aan haar twee zoons, Quintin en Damien) laten constant die deur openstaan.’


Je bent vertrokken uit Bruinisse. Je woont nu in Canada. Was dat van Bru in één keer naar Canada, of ging daar nog een andere verhuizing aan vooraf?

‘Er ging eerst nog een andere verhuizing aan vooraf. Eerst zijn Remco en ik in 2001 Nieuwerkerk terechtgekomen, daar wonen mijn schoonouders ook. Er waren geen huizen op Bru te krijgen. Wat er beschikbaar was, dat was niet te betalen.’


Aan dit plaatje denk ik als ik aan Canada denk. Niet zo raar dat Diana op slag verliefd werd.

En toen Canada. Hoe kwam je er zo op?

‘Vrienden van ons zijn in januari 2005 naar Canada geëmigreerd. In mei gingen we op vakantie naar Canada om hun te bezoeken. Grappig detail: toevallig gingen mijn oudere broer Wim en zijn vrouw op datzelfde moment ook in Canada op vakantie.

Maar goed, we waren hier hoe dan wel een week en hoe zeg je dat ook alweer in het Nederlands?
‘I fell in love’.
We praatten er veel, heel veel. We trokken er drie weken rond en verdiepten ons in het land en de cultuur. Zo kwamen we erachter dat er veel vraag was naar verpleegsters en vrachtwagenchauffeurs. Remco was vrachtwagenchauffeur en ik werkte al sinds 2000 als verzorgende IG in de Cornelia in Zierikzee…. Eenmaal thuis zijn we er nog dieper in gedoken.

Nadat we er heel vaak over hadden gesproken, besloten we het er even niet meer over te hebben. Maar toch hebben we op een gegeven moment heel kritisch gekeken naar wat hebben we nou eigenlijk in Nederland, behalve familie? Alles en iedereen zit zo dicht op elkaar. De mensen zijn niet zachtaardig, maar over het algemeen juist hard. Nederland is een land van regels, vooral veel belastingregels. En toen zijn we van alles uit gaan zoeken en gaan regelen. Dat was wel een proces van de lange adem.

Pas toen we groen licht kregen om naar Canada te komen, zijn we met iedereen gaan praten. En toen belde mijn broer Wim op een zondagavond om wat te vertellen. En die kwam dus met precies hetzelfde nieuws. Hij ging naar Canada emigreren met zijn vrouw… Thuis kreeg eerst Wim de schuld, die zou ‘Diaan’ wel hebben aangestoken. En toen Remco. Maar uiteindelijk was ik het, die er vanaf het eerste moment het meest enthousiast over was.

Meteen daarna hebben we dozen verzameld en aan de lopende band ingepakt. De zomer ging voorbij – we zetten alle zomerkleding en spullen op onze extra slaapkamer neer. En toen verkochten we ons huis. Dat ging allemaal redelijk snel. De buurman regelde een zeecontainer. Daar hebben we werkelijk alles ingezet voor transport naar Canada. Ook het meubilair. Het was écht goedkoper om alles mee te nemen uit Nederland, want we moesten sowieso alle kleding, foto’s en dergelijke meenemen. We labelden en stickerden alles en maakten er lijsten bij.

‘Daar gaat je spul’. Een zeecontainer met de complete inboedel van Diana en Remco wordt vooruit gestuurd naar Canada.

Ja, en toen zijn we eerst nog een weekje naar Tenerife geweest, want we wisten dat vakanties er na de verhuizing niet meer in zouden zitten. Daar zou geen geld voor zijn. We zaten daar in Tenerife met onze oudste kleren, die gooiden we daarna weg. Tenerife zal me altijd bijblijven, omdat Remco de hele week in een luie stoel aan het zwembad druk aan het studeren was voor zijn drivers licence. De regeltjes in Canada zijn toch wat anders, dus hij moest daar de juiste papieren voor halen.

Daarna hebben we nog een weekje bij Remco’s ouders ingewoond. Op 5 december 2005 heeft Sinterklaas ons uitgezwaaid op Schiphol.

Eenmaal in Canada hebben we eerst in een appartement gezeten. Daar woonden we min of meer in bij mensen, die telkens in-  en uitliepen. Kloppen, daar hadden ze nog nooit van gehoord. Privacy hadden we amper. En ik kon daar kon niet alles kwijt, alleen een bank en salontafel. De rest van de inboedel hebben we opgeslagen. Remco zat meteen al op de vrachtwagen en ik mocht het eerste jaar niet werken. Gelukkig kregen we al snel een tip dat er redelijk in de buurt een blokhut te koop stond. Begin april 2006 kochten we dit huis. Echt niet in één keer, hoor. De beslissing over het huis was zo genomen, maar het was wel een verhaal met een staartje. Want we konden geen ‘krediet’ laten zien. Heel krom. Want wij hadden zeker wel eigen geld. En we waren kredietwaardig. Maar in Nederland is het altijd het best dat je geen of zo weinig mogelijk schulden hebt. Hier laat je juist met schulden en creditcards en je aflossingen daarvan zien dat je dingen kunt betalen. Bizar, hè? Uiteindelijk hebben we het huis met een hypotheek bij een Credit Union – een bank – kunnen kopen. We hebben een percentage aanbetaald om te bewijzen dat we kredietwaardig waren.’

Diana gaat op het puntje van haar stoel zitten. Ze ziet aan mijn gezicht dat ik van verbazing in verbazing val. Ze vertelt nog een bijzonder detail.

‘Alles wat elektronisch is, dat moesten we opnieuw kopen. Alle aansluitingen zijn hier anders. En niet alleen dat: alles is hier standaard 110 volt. Alleen de kookplaat met oven en de droger gebruiken 220 volt.’


Het huis van Diana en Remco

Canada is, samen met Rusland, het land met de meest tijdszones. Jij bent geland in New Brunswick, Woodstock. Hoe anders is het leven daar, ten opzichte van hier in Nederland?

‘Ga maar twintig jaar terug in de tijd. De vuilnis zet je nog in zakken langs de weg. En wel langs de weg helemaal beneden, want anders komen de beren bij je huis en in je tuin. En daar heb ik echt geen zin in.’

Ik zeg: ‘Dat kan ik me voorstellen.’
Maar ik kan het me helemaal niet voorstellen. Ik denk: Oh. My. Mermaid. En dan denk ik aan de knuffelberen van mijn meiden en aan hoe Diana echt helemaal absoluut geen knuffelberen bedoelt.

‘Maar er zit vooruitgang in!’ zegt ze opgewekt. ‘Sinds vorig jaar hebben we eindelijk een recyclebak voor papier en metaal. Maar je gaat ook twintig jaar terug in de tijd qua onderwijs. Quintin kwam in maart thuis te zitten in verband met de coronacrisis. Pas begin april kwam er een e-mail van school binnen met werk. En dan kom je er dus achter dat Quintin, nu bijna elf, nog niet eens kon delen. Damien was op dat moment zeven jaar oud en moest in een vierkant huis tien vierkantjes opzoeken en tien rondjes. Ik was echt… echt zwaar teleurgesteld. Ik weet dat alle scholen hier hetzelfde lespakket hebben, maar ik weet niet of het in Ontario net zo slecht is. Vandaar dat we hebben gekozen voor homeschooling, met ingang van dit schooljaar. Natuurlijk, het heeft ook wel wat te maken met Corona en met al dat gedoe met die maskers. Dat is ook geen doen voor de jongens. Ze moeten met een schoolbus naar school en daar zitten ze dan bijna een uur in, met een masker op.’


Diana’s zoons Quintin en Damien op hun eerste homeschooling dag.

Als je terugdenkt aan je jeugd in Bruinisse, wat is dan je mooiste herinnering?

‘Op een kartonnen doos van de stenendijk naar beneden glijden met ‘Duufje’ (bijnaam van onze oud-klasgenoot Leon van Duivendijk). Mijn oudere broer Kees-Jan speelde met Miranda, de zus van Leon. Mijn moeder ging weleens op visite bij Leons moeder en dan ging ik mee.’

Haar ogen worden groot. Ze steekt haar vinger in de lucht.

‘Oh, nog een mooie herinnering! Dat m’n zus alvast naar de Grevelingendam ging met Pascal en dan ging ik d’r met de fiets achteraan.’

Ze schiet in de lach.

‘Oh, als ik dat aan mijn jongens vertel, dan kijken ze met van die grote ogen aan. Ze kunnen zich er niks bij voorstellen.’


Wat mis jij het meest aan Bru?

Ze twijfelt geen seconde en antwoordt meteen.

‘Het water’.


Foto bij Bruinisse, genomen door mijn vader. Diana mist dit het meeste aan Bru.

Mis je de mossels?

‘Nee, want die lust ik niet.’

Ik – mosselliefhebster pur sang – kijk haar ronduit kwaad aan. Diana lacht.

‘Ik éét geen mossels, want die hebben een grotere tong.’

Ik: ‘Ehm, Diana… dit kan ik niet publiceren op mijn blog. Dat weet je toch zeker wel?’
Ze gaat nog harder lachen.
‘En het ís trouwens niet zijn tong,’ zeg ik verdedigend. ‘Kijk, vroeger, als kind, dacht ik altijd dat dat z’n  je-weet-wel was, Diana, maar het is z’n voet!
Diana rolt intussen zowat van de bank van het lachen.

‘M’n ouders probeerden het op een gegeven moment elke week. Gekookt, gebakken. Ik vond het geen vreten.’

Ik ga maar gauw door naar de volgende vraag.  


Hoe oud zijn je twee jongens?

Quintin is elf – hij is van 15 mei 2009 en Damien is net acht. Hij werd geboren op 28 augustus 2012.


Zijn jouw zoons weleens in Bruinisse geweest?

Quintin heeft, zo rond zijn eerste verjaardag, wat tijd in Nederland doorgebracht. We zijn toen bij mijn zus Jolanda geweest, die woont nog op Bru. We zijn toen boodschappen wezen doen bij de Albert Heijn. Dat was in 2010, toen zijn we voor het laatst terug geweest. Nu zou ik niet weten waar ik vier tickets van moest betalen. Als de truck stil staat, hebben we geen geld. Dat werkt hier zo. Niet werken is geen geld.


Diana’s achtertuin

Heb je de verpleging niet terug opgepakt?

Ze schudt haar hoofd.

‘Het is een heel bewuste keuze dat ik niet terug de zorg in ben gegaan. Anders had ik de opleiding helemaal opnieuw moeten doen. En dan had ik twee jaar moeten studeren en daar had ik echt geen zin meer in. Ik heb nog wel een tijd lang als ‘assistent’ geholpen in een verzorgingshuis. Maar daar vonden ze het ontzettend handig me verzorgende taken te laten doen tegen het tarief van een ‘helpende’. Ik moest 12-uursdiensten draaien en onregelmatige nachtdiensten. Het was écht geen doen, dus daar ben ik mee gestopt. Daarna ben ik in een kledingwinkel terecht gekomen op het dorp, en dat vond ik eerlijk gezegd veel leuker dan de zorg. Maar toen ik bevallen was van Quintin, bleek al snel dat de opvang mijn hele loonstrook was. En ze hebben hier 10 weken zomervakantie – ja, hoe moet je dat overbruggen? Hier in Canada moet je wel zo’n gigantisch goeie baan hebben, wil je kinderopvang kunnen betalen. Echt een hoogopgeleide baan, zoiets als leraar.


Kunnen jouw jongens ook in de Nederlandse taal lezen?

‘Jazeker! Quintin kan vrijwel vloeiend lezen in het Nederlands. Wel het simpele ‘Jip en Janneke’ spul. Een ‘eu’ of een ‘o’ – dat vinden ze heel lastig. Dat snappen ze écht niet. Ze  spreken het allebei goed, maar wel met een zwaar accent. Zo heeft Damien het over zijn ‘Sssonnebwil’ (zonnebril).

Diana zegt tussendoor tegen een van haar zoons: ‘No! You will break it… No!’
Ik vraag of ze in haar moerstaal spreekt met de kinderen.

‘Jawel, zeker. Quintin kan zelfs ook dialect. Hahaha. Maar buiten de deur is het natuurlijk niet netjes om Nederlands te spreken.’

Nu zie ik opeens twee gezichten extra in beeld. Eén heel guitig gezicht en een gezicht dat me een throw-back-in-time geeft: de jongste lijkt sprekend op Diana.
‘Ik heb heeel feeel boeken!’ zegt Quintin.
‘Zo,’ zeg ik. ‘Lees je graag?’ Hij knikt, vrolijk.
Damien trekt gekke bekken en geeft zijn moeder spontaan een kus.
Dan jaagt Diana de jongens weg.  


Zou je het leuk vinden als ze ‘Meerminnen verdrinken niet’ zouden lezen?

‘Ja, écht wel! Ik heb al een plekje gereserveerd voor Meerminnen. Ik denk… als ik ze voorlees, lukt het misschien wel. Dat denk ik wel.’


Een zelfgebouwde kas van 5 x 8 meter.

Wat doe jij in het dagelijks leven?

 ‘Een toch wel serieuze bezigheid is het zelf telen van groente. Ik wil heel graag altijd verse groente eten, maar dat is hier niet te krijgen. Het is allemaal import. Je kunt hier alleen maar broccoli, winterpeen en sla krijgen. Als het hartje winter is, dan is er helemaal niks te krijgen. Ja, bloemkool voor 7 à 8 Canadese dollar (tussen de 4,5 – 5 Euro) waar je met z’n tweeën van kunt eten. Gezond eten is er amper, of niet te betalen. Daarom zijn ook zoveel mensen dik hier.’

Ik vraag naar haar tuinkas, waarvan ik op Facebook de totstandkoming heb gezien. Ik volg haar al jaren op de voet.

‘Ja, het is wel heel serieus een echte kas 10 bij 16 feet ehm… dat is 5 x 8 meter. Ik heb er komkommers, cherrytomaatjes, gewone tomaten, paprika’s en een soort van Spaanse pepers in. In de tuin heb ik verder nog bonen, erwten, kroten, penen, knoflook, bosuitjes en gewone ui. Vlees halen we bij de boer, een goede vriend van Wim. Van de week was ik nog even in de supermarkt om meloen, aardbeien en pauzesnacks voor de jongens te kopen. Ik was 168 dolllar (108 Euro) kwijt voor vier tasjes. Voor een brood ben je 3,99 (2,55 Euro) kwijt.’

Ik schiet even in de lach en herinner haar aan haar post op Facebook van haar jongens als ze in pannetjes op de bank sperziebonen aan het doppen zijn. Ze lacht mee, ja, dat is heel normaal.

‘Ik ben ook zelf brood gaan bakken. Eerst vanwege de glutenintolerantie van de jongste. Maar vanwege de hoge prijzen bak ik nu alles zelf. Ja, dat is wel een passie geworden, bakken. Ik bak álles zelf. Ik had laatst een barbecue bij Wim en zijn vrouw Lies. En daar heb ik cup cakes voor gemaakt met frosting (botercrème) – dairy free (melkvrij). Iedereen vond het heerlijk en echt niemand had door dat het een botercrème zonder echte boter was! Ik rommel ook graag in de tuin en ‘s avonds ben ik vaak op de bank te vinden met mijn Kindle e-reader. Ik heb een abonnement. Ik lees graag paranormale verhalen, zoals vampierenverhalen.’

Ik vraag of ze de nieuwste van Stephenie Meyer al las (Midnight Sun).
Nee, nog niet!’ roept ze geestdriftig uit. 

Dan hebben we hebben het nog even over de hitte in Nederland (op het moment van interviewen hebben we een paar record brekende warme dagen, midden september). Ze knikt en geeft aan dat het klimaat in Canada ook begint te veranderen ten opzichte van toen zij en Remco er net gingen wonen, in 2005.

Interview Diana van der Have
Diana en Remco in gevecht met ijspegels. ’s Winters ‘groeien’ die zomaar aan hun huis.

‘De dagtemperaturen in Canada in het begin in de winter waren toentertijd tussen de -25 en -30. De sneeuw lag regelmatig zo hoog, dat het zeg maar tot de onderkant van een stopbord kwam. De laatste jaren wordt het overdag niet vaak kouder dan -20. ’s Nachts wordt het wel nog kouder. De zomers zijn ook droger dan ze waren.’

En dan gaat ze ineens hard lachen.

‘Weet je? Mensen doen hier in Canada gerust in hun pyjama boodschappen. Voor mij een reden om absoluut niet meer mee te doen met de mode, want dat bestaat hier niet. Ik draag altijd van die lekker zachte joggingbroeken, ik kom toch nergens…’

Ze ligt nu in een deuk.

‘Ja, zo gaat het hier in de bushbush.’


Ik voel het antwoord al een beetje aan mijn water, maar ik vraag het toch:

Zou je nog terug willen?

Ze zucht even.

‘Kijk, m’n broer is inmiddels Canadees, ik heb nog een Nederlands paspoort. Maar terugkeren? Wat heb ik daar nog? Ik zit dan tussen wal en schip. Mijn leven is nu hier.

Ik ben heel gelukkig in Canada. Dit is mijn thuis. Na de kerstdagen vragen de mensen me hier wel eens: ‘Did you go home over the holidays?’
‘I was at home,’ zeg ik dan. Want dít is mijn thuis, niet Nederland.’

Het kost ons de grootst mogelijke moeite om de verbinding van ons gesprek te verbreken. Zo gek, we hebben elkaar zoveel jaren niet gezien of gesproken. We waren helemaal geen dikke vriendinnen. Maar het was beregezellig.

Als afsluiter toont Diana me nog even haar avondeten, met een verontschuldiging omdat ze dit in de supermarkt heeft gekocht: een zakje witlof.
‘Oh, met kaas en ham uit de oven!’ roep ik uit. 
‘Yep,’ zegt ze gelukzalig.

Over Saskia Maaskant

Ik groeide op in mosselvissersdorp Bruinisse en woonde daar tot mijn 27ste. Ik lust mosselen gekookt, gebakken, gegratineerd en in het zuur. Mijn tweede roman Kieuw (2013) kreeg een eervolle vermelding voor de Gouden Lijst en kreeg de Accolade voor het beste Zeeuwse Jeugdboek. Mijn derde roman Dromer (2016) won de Kleine Cervantes 2018. Tegen de zomer van 2020 verschijnt mijn eerste historische roman Meerminnen verdrinken niet. Over een stormramp, een mosselvissersdorp en een meisje.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

vijf − vier =