Historisch boek schrijven

Mijn succesformule voor een historisch boek schrijven

Hou jij van historische boeken en vraag jij je tijdens het lezen regelmatig af hoe de schrijver het zo heeft kunnen schrijven? Of schrijf jij zelf graag en is het je wens ooit nog een historisch verhaal te schrijven, maar begin je er niet aan omdat je denkt dat het teveel werk met zich mee brengt? Of weet je niet hoe je moet beginnen? Volg dan mijn succesformule en je hebt een goede handleiding.

Ik zal er niet om liegen: ja, een historisch boek schrijven is veel werk. Een hoop ‘gedoe’. Maar laat het je niet afschrikken: het werk is helemaal niet erg en het ‘gedoe’ is leuk. Dat heb ik zelf kunnen ervaren bij het schrijven van Meerminnen verdrinken niet. Anders dan de titel doet vermoeden is dit boek gebaseerd op ware gebeurtenissen en speelt het verhaal in 1911. Het is een ode aan een vergeten stormramp en een van de grootste mosselvloten uit de Nederlandse geschiedenis.

Een historisch boek, géén geschiedenisboek

Even voor de duidelijkheid: mijn historische boek is fictie. Oftewel: een boek in verhaalvorm, waarbij personages gevoelens hebben. Ik schreef dus géén ‘geschiedenisboek’ (non-fictie). Wil je weten hoe je een boek in dat laatste genre schrijft, dan kan ik je daarbij niet bij helpen.

Historisch boek schrijven: mijn succesformule in tien stappen

Ik pretendeer niet dat ik de wijsheid in pacht heb wat het schrijven van historische boeken betreft. Ik zou niet durven, want ik schreef er pas één. Toch durf ik te beweren dat mijn manier van aanpakken een succesformule is. Het resulteerde binnen relatief korte tijd tot een spannend verhaal voor jong en oud, gebaseerd op ware gebeurtenissen en personages.

Wat komt er allemaal kijken bij het schrijven van een historisch boek? Hoe gaat een schrijver het best van start? En hoe kom je uiteindelijk tot een goed verhaal? Ik hield me aan de volgende tien stappen en het boek kreeg binnen vier maanden na verschijning een tweede druk (!).

  1. Het onderwerp intrigeert
  2. Internet geeft een goede start
  3. De honger naar informatie neemt niet af
  4. Gebruik goede bronnen
  5. Durf om hulp te vragen
  6. Lezen, lezen, toetsen
  7. Details: hoe ver ga je?
  8. Laat geschikte proeflezers meelezen
  9. Herschrijf kritischer dan ooit
  10. Lees veel goede historische boeken
Historische roman schrijven
Het onderwerp intrigeert

1.      Het onderwerp intrigeert

Het is heel belangrijk dat het onderwerp je bij de kladden pakt en niet meer loslaat. Dat je er een koortsachtige intrige voor ontwikkeld waardoor je eigenlijk geen keuze hebt en er wel mee aan de slag móet gaan. Zoiets kun je stimuleren en je kunt er zelf voor zorgen dat dit gevoel groeit naarmate je onderzoek vordert.

Voor mij begon het schrijven van mijn eerste boek in het historische genre met het stuiten op het onderwerp. Dat gebeurde per toeval en na een heel verdrietige gebeurtenis: mijn opa overleed. Ontdaan en heel verdrietig begon ik met het schrijven van een ode aan hem om voor te dragen tijdens de uitvaartdienst. Wilhelminapepermuntjes speelden daarin een grote rol, want mijn opa had die altijd bij zich. Doelloos van verdriet heb ik na het horen van het nieuws urenlang met mijn mobiel in mijn handen gezeten en heb ik domweg langs berichten op Facebook gescrold. En daar stuitte ik op een artikel op zaligzeeland.com. Het artikel vertelde dat Bruinisse, het dorp waar ik ben opgegroeid en tot mijn 27e heb gewoond, het summum van de Zeeuwse strijdkreet ‘Luctor et Emergo’ is. Want het dorp overleefde zoveel rampen. De Watersnoodramp en de Tweede Wereldoorlog werden genoemd. En toen de Stormramp van 1911.

‘Nog nooit van gehoord,’ dacht ik.

Daags na de Stormramp bezocht Hare Majesteit de Koningin Wilhelmina het dorp, las ik. Omdat ik net de ode aan mijn opa had geschreven legde ik een link tussen de Wilhelminapepermuntjes en Wilhelmina. En mijn opa. Als ik toch eens een boek zou schrijven over de Stormramp! Dan moest mijn opa er een rol in spelen. Mijn borst gloeide. Ik wilde meer weten over deze ramp! Veel meer. Wat zou er allemaal gebeurd zijn? Hoe zag Bruinisse eruit in 1911? Hoe leefden de mensen? Mijn honger naar informatie groeide met de minuut.

Historisch boek schrijven
Internet geeft een goede start

2.      Internet geeft een goede start

Lang leve internet en Google! Zoek op je onderwerp of delen van je onderwerp en met een beetje geluk en goed zoeken heb je razendsnel veel info. Maar kijk uit! Let op, ik ga je hier een gouden (en waarschijnlijk teleurstellende) tip geven: Internet geeft onvoldoende info en diepgang.

Internet geeft onvoldoende info en diepgang

Internet is leuk. Handig. Snel. En zal je zeker een basis geven. Een start. Maar echt onvoldoende. En geen diepgang. Mijn internet-research-tips:

  • Gebruik online beeldarchieven en krantenbanken (als je onderwerp niet te lang geleden is)
  • Zoek via websites van bibliotheken, Marktplaats en tweedehands boekwinkels naar boeken die passen bij je onderwerp en de setting (plaatsing in tijd). Niets geeft zulke goede informatie voor je verhaal als (non-fictie) boeken waarbij de auteur goede research heeft gedaan.

Zelf rolde ik van het een op het andere moment in de volgende fase van het schrijven van mijn historische roman. Ik begon met losse flarden. Noteerde zinnen, notities, stukken van dialogen die ik allemaal baseerde op dat ene online artikel dat ik had gelezen over de vergeten Stormramp van 1911.

Ik ging meteen verder op onderzoek uit op internet. Ik moest al snel concluderen dat er weinig over te vinden was. Dus ik dook in het online Zeeuwse beeldarchief. Daar noteerde ik avonden lang, tot in de zeer late uurtjes, beeldnummers en omschrijvingen van beelden in mijn notitieboek. Ik kreeg langzamerhand beeld bij het leven in 1911, in Bruinisse. En ook bij de gevolgen van de Stormramp. Maar het was lang niet genoeg. Dus doorzocht ik krantenarchieven. Dat nam allemaal veel tijd in beslag, maar het gaf me kader. Het vormde ideeën in mijn hoofd en een rode lijn. Aan de hand van de gevonden informatie kon ik steeds gerichter zoeken en zo stuitte ik in een online tweedehands boekwinkeltje op een boek van Kees Slager en Paul de Schipper: ‘Vissers verhalen over hun leven in de delta’. Dat boek moest ik hebben! Het zou me leren hoe de levens van vissers er net na de eeuwwisseling uit hadden gezien.

Je wilt een wijze uil zijn

3.      De honger naar informatie neemt niet af

Het is je al wel duidelijk: om je verhaal, personages en gebeurtenissen te kunnen plaatsen in de juiste tijd, setting en sfeer heb je informatie nodig. En niet een beetje. Je moet veel informatie opzoeken. Bewandel hierbij ook andere wegen dan de digitale snelweg of je vertrouwde papier, zoals het bezoeken van musea. Musea bieden een schat aan informatie! Mijn tip hierbij: informatie moet je niet schranzen, maar langzaam kauwen! Want anders verteer je het niet goed. Neem alles serieus tot je. Anders doe je je verhaal tekort.

Ik bezocht Brusea, het museum van Bruinisse, waar ik een goed beeld kreeg bij het leven van mosselvissers begin 20e eeuw en waar een vaste expositie is rondom de Stormramp van 1911.  

4.      Gebruik goede bronnen

Je leert het al op de basisschool: één bron is niet genoeg. Het geeft een eenzijdig en mogelijk zelfs verkeerd beeld. Verzamel zoveel mogelijk broninformatie. En beoordeel de broninformatie kritisch. Is de informatie betrouwbaar? Dat is heel belangrijk bij het schrijven van een historisch boek.

Ik verzamelde veel verschillende bronnen. Boeken over het leven in Bruinisse in de vorige eeuw, een boekje dat was uitgegeven ten bate van de getroffenen door de storm met ooggetuigenverslagen. En mijn beste bron: een dossier over de Stormramp van 1911 van een historicus.

5.      Durf om hulp te vragen

Misschien is dit onderdeel wel het belangrijkste element in mijn succesformule bij het schrijven van een historisch boek: durf om hulp te vragen. Neem contact op met echte mensen van vlees en bloed! Probeer in contact te komen met iemand die veel over je gekozen onderwerp weet. Door gedegen onderzoek te doen via internet (je start), te blíjven zoeken naar informatie en goede bronnen te gebruiken stuit je mogelijk vanzelf op iemand die veel over je onderwerp weet. Als je eenmaal iemand hebt gesproken die veel van het onderwerp weet, ‘rol’ je vaak vanzelf naar de volgende persoon. Zo werkt het écht.

Zo stuurde ik zelf een bericht aan Lennard Maas, de maker en schrijver van het blog zaligzeeland.com en nodigde mezelf uit voor een kop koffie. Ik hoopte dat hij me wat meer over de vergeten Stormramp van 1911 kon vertellen. Hij vond het ontzettend leuk dat ik langs kwam. Mensen vertellen graag meer over onderwerpen waar ze veel van weten! Ik kreeg heel veel meer info én Lennard bracht mij in contact met oud-gemeentearchivaris en stadshistoricus Huib Uil. ‘Hij heeft mij ook geholpen bij mijn artikel. En volgens mij wil hij zelf ook over de Stormramp publiceren. Hij weet ontzettend veel over dit onderwerp.’ Ik ben Lennard eeuwig dankbaar, want Huib Uil was goud voor mijn boek.

6.      Lezen, lezen, toetsen

Lees. Lees je gevonden informatie, maar je hoeft niet alle gevonden informatie letter voor letter te lezen. Mijn tip: gebruik post-its of gekleurde plakkers en scan en skim door de teksten. Noteer eventueel in een notitieboek paginanummers. Toets tussendoor alles wat je leest: klopt de informatie? Is de info met betrekking tot een bepaald onderwerp gelijk? Zo niet: wat is dan de gemene deler? Welke informatie is het betrouwbaarst?

Bij mijn zoektocht naar goede informatie voor mijn verhaal over de Stormramp en Bruinisse in 1911 vond ik ook desinformatie. Al is dat misschien een te modern en verkeerd woord bij het zoeken naar info over historische onderwerpen, want ik geloof niet dat mensen deze informatie bewust verkeerd verspreiden. Het was zeker niet eenvoudig te bepalen wanneer de info niet klopte, want zelfs musea en ‘begrippen in Zeeland’ schreven foutieve artikelen of verhalen erover in boeken over het onderwerp. Al snel moest ik het kaf van het koren scheiden: doordat ik heel goede informatie had, maar ook iemand bij wie ik kon toetsen (oud-gemeentearchivaris Huib Uil) wist ik dat sommige informatie onwaar was of zwaar overtrokken.

Vraag je bij elk detail af: waarom? Is dit detail écht nodig voor het verhaal?

7.      Details: hoe ver ga je?

Kloppende details zijn heel belangrijk in een historisch verhaal. Het geeft je verhaal kader, setting en sfeer. En die glinstering, waardoor je lezer zich écht in andere tijden bevindt door het lezen van jouw boek. Maar… ik waarschuw je! Besef vanaf het begin dat je niet álle info nodig hebt en niet alle details gaat gebruiken in je verhaal. Zou je dat wel doen, dan overstelp je de lezer met bijzaken en verslapt je verhaal. Dan neig je naar non-fictie en schrijf je een geschiedenisboek. Waak daarvoor. Gebruik alléén de details die écht nodig zijn voor je verhaal. En gebruik een dialoog nóóit als kapstok om daar ‘onbenulligheden’ aan op te hangen.

Zelf verzoop ik in eerste instantie een beetje in de details. Ik vond alles interessant en belangrijk. Gelukkig heb ik veel ervaring in het schrijven van romans (dit was mijn vierde) en schrapte ik zelf al veel bijzaken voordat ik het verhaal aan kritische proeflezers gaf. Toch moest ik daarna nog eens met mijn kapmes door de tekst. Vooral in de beschrijvingen van de settings (het dorp, de omgeving) neigde ik naar ‘geschiedenisboek’ en dat leidde af van het verhaal. De spanningsboog verslapte erdoor. Ik beging dezelfde fout bij de stukken die ik schreef over de Stormramp. Ik had zóveel details in het verhaal gestopt over hoe de storm zich opbouwde, dat een van de proeflezers het gevoel had een verslag van een meteoroloog te lezen. Oeps. Ook daar ging het mes in. 

Proeflezers zijn essentieel

8.      Laat geschikte proeflezers meelezen

Ik schreef ooit het artikel 10 schrijftips voor beginners. Daarin was een van mijn tips: ‘Je hebt het uiterste uit jezelf gehaald en bent ervan overtuigd dat wat je geschreven hebt ‘best aardig is.’ Ik wil daar nu wel iets verder in gaan: ‘best aardig’ is niet goed genoeg. Je moet ervan overtuigd zijn dat je het uiterste uit jezelf hebt gehaald en dat je een potentieel publicabel boek hebt geschreven. Leg de lat hoog.

Mijn tip luidde verder: ‘En dan is het tijd voor de volgende stap: zoek proeflezers. Maar let op! Voor kritische feedback moet je nooit je werk laten controleren door vrienden of familie. Het maakt niet uit wat je doet: zij vinden toch wel dat je het fantastisch doet. Zoek iemand die niet bang is om kritiek te geven.’ Ook nu wil ik daar iets verder in gaan: ‘Iemand die niet bang is om kritiek te geven’ is bij een historische roman niet goed genoeg. Probeer de mensen die je eerder om hulp heb gevraag te ‘tackelen’ als proeflezer. De specialisten in jouw onderwerp. En/of probeer mensen te vinden die zelf ervaring hebben in het schrijven van (historische) romans.

Ik liet mijn manuscript lezen door de gemeente-archivaris die zelf ooit nog wil publiceren over de vergeten stormramp. Ik liet hem het manuscript vooral beoordelen op historische feiten en juiste setting (qua tijd). Daarnaast liet ik (bij hoge uitzondering, want normaal mag ze dit nooit) mijn moeder proeflezen. Zij mocht het verhaal van mij alléén beoordelen op het gebruikte dialect en de streekgebruiken. Verder lazen twee auteurs van historische romans mijn boek mee. Zij lazen het kritisch op stijl, techniek en taal. Door alle feedback van de proeflezers kon ik mijn verhaal naar een hoger niveau tillen.

9.      Herschrijf kritischer dan ooit

Als je al eens een boek schreef dan weet je dat herschrijven en herschrijfrondes meer tijd in beslag (kunnen) nemen dan het schrijven van je eerste, ruwe versie. Bij het schrijven van elke roman is de herschrijffase hét moment om je verhaal te laten schitteren. Je eerste versie was het slijpen van de diamant, en de daarop volgende fasen zijn het polijsten en het oppoetsen tot alle facetten even mooi blinken. Bij het schrijven van een historisch boek moet je kritischer te werk gaan dan ooit, want liefst alles moet historisch gezien kloppen.

Ik besefte al vrij vlot, zelfs al vlak na het beginnen met het schrijven van mijn eerste, ruwe versie van ‘Meerminnen verdrinken niet’, dat het risico op ‘door de mand vallen’ stukken groter zou zijn dan bij mijn andere romans. Mijn eerdere boeken vielen in totaal andere genres, waardoor ik min of meer zelf met de scepter zwaaide. Helaas (maar minder helaas dan ik in eerste instantie dacht, want ik vond het ‘opvullen’ van de vaststaande chronologische gebeurtenissen heerlijk) is dat bij het schrijven van een historisch boek niet het geval. Want je kunt geen onzin verkopen. Zoals oud-gemeente-archivaris Huib Uil dat heel beeldend zei tijdens ons radio-interview over de Stormramp door omroep Zeeland: ‘Je kunt een persoon niet opeens een knopje in laten drukken om het licht aan te laten doen.’ In het Rotterdam van 1911 was op heel veel plekken al elektriciteit, maar niet in Bruinisse. Dat kwam pas in 1928. Er waren nog geen kranen, er was nog geen lopend water. Er was nog geen gas. Het eerste (auto) kenteken werd pas veel later geregistreerd, dus er konden geen auto’s rondrijden in het dorp. Er waren in die tijd maar twee kerktorens in plaats van de huidige drie. Er lagen kinderkopjes in de hoofdstraat in plaats van de huidige straatstenen. Je kon in deze tijd halve guldens op zak hebben. Groene zeep werd met een lepel uit een pot geschept en nam je mee in opgevouwen papier. De zeep kostte 10 à 12 guldencent per pond.

10.      Lees veel goede historische boeken

Ik geef je nog een kleine toegift. Eigenlijk vind ik deze tip iets te vanzelfsprekend, maar misschien heb jij er wel helemaal niet aan gedacht! Lees, voordat je begint aan het schrijven van een historisch boek, eerst zelf veel boeken uit dat genre. Liefst van alles wat, van onderwerpen uit verschillende tijdvakken. ‘Kijk af’. Hoe creëert de schrijver van dit boek een geloofwaardige sfeer in nazi-Duitsland? Hoe geeft de schrijver van dit boek een personage vorm in de prehistorie? Het is een leerschool die je moet doorlopen voordat je er zelf aan een begint. Je kunt immers ook niet autorijden zonder les van een goede instructeur!

In het jaar voorafgaand aan het schrijven van ‘Meerminnen verdrinken niet’ las ik een indrukwekkende stapel historische romans. Niet eens met voorbedachten rade, maar omdat ik erg veel behoefte had aan en zin had in het wegkruipen in andere tijden. Ik genoot van al deze boeken en wil ze graag met je delen als leestip!


Historisch boek schrijven: missie geslaagd.

Historisch boek schrijven

Mijn missie was een spannend historisch boek te schrijven, waarbij de setting, sfeer en personages helemaal zouden stoppen. In die missie ben ik geslaagd. Hoe? Door het opvolgen van de tien stappen van mijn eigen succesformule. Wellicht kun je in de laatste stap Meerminnen verdrinken niet aan je leeslijst toevoegen. Met deze extra leestip is de formule voor het schrijven van een historisch boek natuurlijk pas écht succesvol 🙂 .

Over Saskia Maaskant

Ik groeide op in mosselvissersdorp Bruinisse en woonde daar tot mijn 27ste. Ik lust mosselen gekookt, gebakken, gegratineerd en in het zuur. Zomer 2020 verscheen mijn historische roman 'Meerminnen verdrinken niet'. Over een stormramp, een mosselvissersdorp en een meisje. Het boek werd bijzonder goed ontvangen. Het werd o.a. getipt door de Jonge Jury en door Martine Letterie 'De parel van 2020' genoemd in de eindejaarsaflevering van de GVP (de Grote Vriendelijke Podcast). Al in oktober 2020 kwam de herdruk. In 2021 vier ik mijn tienjarig jubileum als auteur! Mijn tweede roman 'Kieuw' (2013) kreeg een eervolle vermelding voor de Gouden Lijst en kreeg de Accolade voor het beste Zeeuwse Jeugdboek. Mijn derde roman 'Dromer' (2016) won de Kleine Cervantes 2018.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

een × 5 =