Alikruiken koken

Alikruiken koken (Krukels koken): met krentenbrood of als borrelhapje

Hoewel veel Zeeuwen volgens de traditie met Pasen alikruiken koken (krukels), zijn ze dan volgens de echte kenner eigenlijk ‘te mager’. De ‘krukel’ is wat groter en dus smakelijker vanaf de zomer, precies ook het moment dat Janna ze gaat zoeken in Meerminnen verdrinken niet. Wat dat betreft vallen krukels in hetzelfde seizoen als mosselen. Die zijn ook pas lekker vanaf half juli!

Met Pasen alikruiken koken en opeten met krentenbrood is een echte Zeeuwse traditie. Maar je kunt ze ook als een borrelhapje eten bij een goed glas wijn. Volgens de traditie zoek je de kleine zeeslakjes zelf bij laagwater.

Alikruiken koken
‘Krukels’ (alikruiken) kun je zo oprapen bij laagwater

Via de lijst hieronder klik je makkelijk door de tekst heen
Ingrediënten
Alikruiken koken: bereiding
Krukels eten volgens de traditie
Krukels als borrelhapje
Wanneer zoek je het best naar krukels?
Leuk Meerminnen verdinken niet – weetje

Ingrediënten

Tijdens een gezellige bijeenkomst van een boekenclub in Bruinisse (waarbij ik stukjes voorlees uit Meerminnen verdrinken niet) blijk ik op echte krukel-liefhebbers te zijn gestuit. Zij vertellen mij hoe je het beste krukels kunt klaarmaken.

Je kunt de alikruiken koken voor een (traditionele) maaltijd met (krenten)brood, maar je kunt ook krukels koken voor bij de borrelhap. Het spreekt voor zich dat je voor de maaltijd meer krukels per persoon nodig hebt.
• 1,5 ons krukels per persoon (of zoveel je er lust)
• Flink wat peper (wit of zwart, allebei goed)

(‘Geen zout?’ vraag ik. ‘Nee!’ wordt er geroepen. ‘Ze komen uit het zout! Zéker als ze uit de Grevelingen komen.’
‘Als je dan zout gebruikt, gebruik dan goed zout,’ valt de man des huizes bij. Hij heeft het over het zout uit zijn zoutziederij, Zeeuwsche zoute, wat een mooi verhaal is dat).

Alikruiken koken: bereiding

‘Eén ding is heel belangrijk voordat je de alikruiken gaat koken,’ zo vertelt een van de leesgrage dames mij. ‘Je moet niet vergeten ze te laten ‘spugen’.’ Als ik vervolgens vraag wat ‘spugen’ is, zegt ze: ‘Ze moeten hun zand en poepjes kwijt.’ (Oké, dan. Zand en poep. Eet smakelijk.)

Oké, dan. Zand en poep. Eet smakelijk.

‘Maar: hoe moet je nou krukels koken?’ vraag ik dan.
De boekenclubdames houden bij hoog en bij laag vol dat dit niet hún recept is, maar gewoon ‘zoals het moet’:

  • Was de krukels in een vergiet en laat ze ‘spugen’
  • Doe ze in ruim kokend water met flink wat peper
  • Laat de alikruiken koken (10 minuten, niet langer!)
  • Laat ze volledig afkoelen
Alikruiken koken

Krukels eten volgens de traditie

Volgens de traditie eet je krukels dus met krentenbrood en roomboter, met de Pasen. Je wipt de slakjes met een naald uit hun schelp. Het zoute van de krukels en het zoete van het krentenbrood en het romige van de boter geeft een fantastische smaaksensatie.

Krukels als borrelhapje

De dames van de Bruse boekenclub reageren gemengd op mijn vraag of ze krukels ook eten met krentenbrood, met de Pasen. Eén paar van hen wel. ‘Natuurlijk. Heerlijk.’
Maar een ander roept uit: ‘Met krentenbrood? Nee, krukels eet ik liever als borrelhapje, bij een goed glas wijn!’
Een ander valt bij: ‘Of als apéritiefje. Met een goed glas wijn.’
Weer een ander: ‘Zo eet je wulken ook.’

En zo kom ik er tijdens een avondje boekenclub achter dat:

  • bovenstaand krukel-recept ook voor wulken geldt (maar die moet je dan twintig minuten koken in plaats van tien) en
  • dat wijn een goede combi met krukels schijnt te zijn 😉

Wanneer zoek je het best naar krukels?

Krukels kun je het hele jaar door eten en zoeken, maar vanaf de zomer tot en met de winter zijn ze het lekkerst. In het voorjaar zijn ze wat mager. Je kunt ze zelf rapen (let op! Er zijn wel regels voor). Rapen kun je twee uur voor en twee uur na laag water. Let op het getij! Afhankelijk van waar je de krukels gaat zoeken kun je de tijden op het internet vinden. Ook kun je ze kopen bij verschillende vishandels. Ze worden tegenwoordig zelfs gekweekt. Op dakpannen, net als oesters.

Leuk ‘Meerminnen verdinken niet’ – weetje

Janna gaat in Meerminnen verdrinken niet ook op zoek naar krukels, met een emmer in de hand. Haar oom Wolfert vindt dat een goed idee; in september zit er tenminste ‘fatsoenlijk vlees’ aan.

Ben je nieuwsgierig? Je kunt het boek ook meteen bestellen via de shop.

Over Saskia Maaskant

Ik groeide op in mosselvissersdorp Bruinisse en woonde daar tot mijn 27ste. Ik lust mosselen gekookt, gebakken, gegratineerd en in het zuur. Mijn tweede roman Kieuw (2013) kreeg een eervolle vermelding voor de Gouden Lijst en kreeg de Accolade voor het beste Zeeuwse Jeugdboek. Mijn derde roman Dromer (2016) won de Kleine Cervantes 2018. Tegen de zomer van 2020 verschijnt mijn eerste historische roman Meerminnen verdrinken niet. Over een stormramp, een mosselvissersdorp en een meisje.