De Dee

De Dee

Nu herinnert misschien alleen de breedte van de Deestraat in Bruinisse nog aan vroeger tijden. Tot 1912 was deze straat een ‘open riool’.

De Dee
De Dee, 1910, Beeldbank Schouwen-Duiveland, nr X-0054W

Riviertje de Ee

Zeker tot 1912 stroomde daar (waar nu de Deestraat is) het water van het riviertje de Ee. Het water werd ‘de Dee’ genoemd: een samentrekking van ‘de’ en ‘Ee’.

De Dee was een waterleiding voor het lozen van het polder- en rioolwater in de vissershaven van Bruinisse. De watergang liep best ver door: het water stroomde door waar nu de Deestraat is, langs armenhuis de Bal.

De Dee
De-Dee-ca.-1910, ter hoogte van ‘Paadjes’, Beeldbank-Schouwen-Duiveland-nr-BE-1563.jpg

De Dee liep tot restaurant Storm

Ook stroomde de Dee langs waar tegenwoordig de driesprong van de Deestraat, de Schipperslaan en de Burgemeester Hagelaan is. Daar lag een kenmerkend wit bruggetje over het watertje. Dat werd in die tijd ‘Paadjes’ genoemd. Het verlengde van de Schipperslaan wordt in de volksmond overigens nog steeds ‘Paadjes’ genoemd.

De Dee stroomde vervolgens langs de straat die nu de Burgemeester Hagelaan heet tot achter ‘Hotel – Restaurant Storm’ (nu café-restaurant Storm), waar een brug over de waterleiding lag.

De Dee
De Dee, 1905, Beeldbank Schouwen-Duiveland, nr X-0057W

De Dee in ‘Meerminnen verdrinken niet’

Er stond een bordje op een paal middenin de Dee, vlakbij de sluis waardoor het polderwater in de haven werd geloosd. Je had er goed zicht op vanaf de dijk. Wat er op het bordje stond kun je lezen in onderstaand fragment uit Meerminnen verdrinken niet:

Janna slofte achter haar oom aan langs een statig gebouw met hoge ramen, dat hij ‘onze kerk’ noemde. Hij vertelde over een man die bijna honderd was en vlakbij woonde. Ze hees zich aan de trapleuning de dijk op, met haar blik naar beneden. Had ze even gekeken naar de lucht, dan had ze gezien dat heldere stukken blauw de wolken wegjoegen. Of had ze even gekeken naar de haven, dan had het uitzicht op de grootse mosselvloot haar de adem benomen of juist weer teruggegeven. Maar het enige wat ze zag was een bord, middenin de Dee, met het opschrift:

HET IS VERBODEN VUILNIS IN DE WATERLEIDING TE WERPEN.

De Dee komt telkens terug in het verhaal. Dat kan ook niet anders, want Janna woont aan ’t Karreveld (de Steinstraat). Kenmerkend is natuurlijk dat ze telkens de dijk op moet en weer af moet om aan de overkant van de Dee te komen. Dat is vooral hinderlijk en zelfs erg spannend tijdens de Stormramp van 1911…


Meer weten? Je kunt ‘Meerminnen verdrinken niet’ meteen bestellen via de shop.


Met medewerking van oud-gemeentearchivaris Huib Uil

Over Saskia Maaskant

Ik groeide op in mosselvissersdorp Bruinisse en woonde daar tot mijn 27ste. Ik lust mosselen gekookt, gebakken, gegratineerd en in het zuur. Mijn tweede roman Kieuw (2013) kreeg een eervolle vermelding voor de Gouden Lijst en kreeg de Accolade voor het beste Zeeuwse Jeugdboek. Mijn derde roman Dromer (2016) won de Kleine Cervantes 2018. Tegen de zomer van 2020 verschijnt mijn eerste historische roman Meerminnen verdrinken niet. Over een stormramp, een mosselvissersdorp en een meisje.