Stormramp 1911

De stormramp van 1911: een vergeten storm

De Stormramp van 1911 is een vergeten storm. Ze is ingehaald door de tijd en overschaduwd door latere rampen: de tweede Wereldoorlog en de Watersnoodramp van 1953. Rampen waarbij veel mensen omkwamen en waarvan best veel mensen nog weten.

De stormramp van 1911, die woedde in de nacht van zaterdag 30 september op zondag 1 oktober 1911, was alleen een ramp voor bepaalde plaatsen. Lokaal richtte ze bijvoorbeeld schade aan in Utrecht, waar onder andere een eeuwenoude boom uit de grond werd gerukt. En vissersdorpen Clinge, Graauw en Yerseke werden ook getroffen. Maar de storm had het vooral gemunt op het Zeeuwse mosselvissersdorp Bruinisse. Dit kwam door de noordwester met orkaankracht en de hoge waterstand. Deze twee natuurelementen vormden een catastrofale combinatie voor de vissersvloot van maar liefst 150 houten schepen. De dag na de stormramp was de haven van Bruinisse nagenoeg leeg: er waren nog twintig schepen over.

Houten schepen gestrand op het Kleindammetje, Bruinisse.
Beeldbank Schouwen-Duiveland, nr B-0378

Geen watersnood, wel een ramp
Een bange nacht
Een droeve zondagmorgen
Een financiële ramp
Meer weten over de Stormramp van 1911?

Geen watersnood, wel een ramp

Sinds de verschijning van mijn historische roman ‘Meerminnen verdrinken niet’, die over deze vergeten stormramp van 1911 gaat, heb ik de volgende uitspraken talloze keren gehoord:

‘Waarom wist ik niets van deze storm?’
‘Ik wist alleen maar van de Watersnoodramp van 1953.’
‘Ik vond het heel interessant over deze ramp te lezen
‘Weet je dat deze storm niet eens op het bord bij het Watersnoodmuseum staat?’

Die laatste opmerking is eigenlijk wel logisch, want de stormramp van 1911 werd nét geen watersnood. Dat hebben meer dan 800 mannen weten te voorkomen door tijdens de stormnacht meer dan 20.000 zakken zand te vullen om daarmee de dijken bij Bruinisse en de polder Sirjansland te versterken.

De stormramp van 1911
Situatieschets van zwakke en bedreigde dijken tijdens en na de Stormramp.
Kaartje afkomstig uit: Algemeen Handelsblad van woensdag 4 oktober 1911.
Met dank aan Greta van de Velde – Stouten voor het toesturen.

Een bange nacht

Tijdens de stormrampnacht was er zware regenval. De dijken waren betonhard; ze waren uitgedroogd na een extreem droge en warme zomer. Omdat de grond van uitgedroogde dijken het water niet kan absorberen, stroomde het water er zo vanaf.

Verwoeste dijk na de Stormramp in Bruinisse.
Beeldbank Schouwen-Duiveland, nr B-0383

Voor de leek klinkt het misschien gek, maar betonharde uitgedroogde dijken zijn zwak. Broos. De golven die ertegenaan sloegen, vraten hele stukken weg. Vele honderden mannen hebben die nacht, verdeeld in groepen – omdat verschillende zeedijken zwakke stukken hadden – met alle macht gewerkt om een watersnood te voorkomen. Boeren van buiten het dorp kwamen helpen. Ze brachten karrevrachten vol zeilen, stokken en ander materiaal om de dijk te beschermen. De mannen vulden ruim 20.000 zakken met zand. En ook de dag na de storm, op zondag 1 oktober, ging de noeste arbeid door. Op die dag werd het meeste werk verricht bij de Stelhoek bij Sirjansland, want daar was de dreiging nog lang niet weg. Over een lengte van 300 meter was daar een stuk dijk weggeslagen.

De nacht van zaterdag 30 september op zondag 1 oktober 1911 was een heel bange nacht voor Bruinisse.


Een droeve zondagmorgen

Het was een bange nacht, waarop een droeve zondagmorgen volgde. Bruinisse was bijna haar hele vloot kwijt. Tijdens de stormrampnacht raakte nagenoeg de hele mosselvloot op drift. Als vliegende Hollanders doolden de houten hoogaarzen en lemmerjachten over het water. De volgende morgen lagen er van de hele vloot van honderdvijftig schepen nog twintig in de haven. De andere schepen lagen in de zeedijken bij ’t Nieuwlandje. Ze waren bovenin de dijk geworpen door het woeste water van de Grevelingen en lagen achter elkaar, als een wagons van een goederentrein. Aan de overzijde van het Zijpe lag het grootste deel van de vloot. Daar waren allemaal zwaar beschadigde schepen aangespoeld in de slikken en de zeedijk van Anna Jacobapolder. Een aantal schepen is nooit teruggevonden. Ze verdronken in de golven.

Vissersschepen in de zeedijken bij ’t Nieuwlandje.
Beeldbank Schouwen-Duiveland, nr B-0377.

Een financiële ramp

De gevolgen voor Bruinisse waren niet te overzien. De dag na de ramp niet, maar ook veel langer daarna niet. Hare Majesteit de Koninging Wilhelmina schrok zo van het nieuws, dat ze spontaan in haar automobiel stapte meteen de maandag na de ramp. Ze kwam onaangekondigd (want telefoon- en telegram verkeer was niet mogelijk door de storm) naar Bruinisse en ging te voet naar het dorp vanaf de veerhaven. Zij doneerde 2.500 gulden. Dat was de allereerste gift. Na haar gift volgden er meer giften. Er werden allerlei hulpfondsen opgericht, ook landelijk. Maar het mocht niet baten. De stormramp werd in heel veel opzichten een ramp voor Bruinisse. Maar vooral een financiële.

De Tramboot ‘Minister C. Lely’ werd tijdens de stormnacht op de Rijkssteiger geworpen.
Beeldbank Schouwen-Duiveland, nr B-0375

Meer weten over de stormramp van 1911?

Wil je meer weten over de vergeten stormramp van 1911? Lees De stormramp van 1911: een financiële ramp. Ik sta hier vooral stil bij de gevolgen voor Bruinisse en zijn inwoners. Gevolgen die overigens voelbaar en zichtbaar waren tot de jaren zeventig van de vorige eeuw.

Wil je de storm ‘voelen’?

Wil je de stormramp beleven en meer details weten?

Lees dan ‘Meerminnen verdrinken niet‘: een historisch boek voor jong en oud, gebaseerd op ware gebeurtenissen en personages.

Je kunt het boek ook meteen bestellen via de shop.


Met medewerking van oud-gemeentearchivaris Huib Uil

Over Saskia Maaskant

Ik groeide op in mosselvissersdorp Bruinisse en woonde daar tot mijn 27ste. Ik lust mosselen gekookt, gebakken, gegratineerd en in het zuur. Mijn tweede roman Kieuw (2013) kreeg een eervolle vermelding voor de Gouden Lijst en kreeg de Accolade voor het beste Zeeuwse Jeugdboek. Mijn derde roman Dromer (2016) won de Kleine Cervantes 2018. Tegen de zomer van 2020 verschijnt mijn eerste historische roman Meerminnen verdrinken niet. Over een stormramp, een mosselvissersdorp en een meisje.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

twintig + drie =